Liberaal Joodse Gemeente Gelderland, progressief en gastvrij.

20 september 2018 | 11 Tishri 5779

Parasja van de week

Parasja van de week

De ommekeer van Rabbi Nathan
Een verhaal voor de periode van de Hoge Feestdagen

There is a crack in everything
That's how the light gets in (Leonard Cohen in ‘Anthem’)


Het is de periode van inkeer en ommekeer tussen Rosj Hasjana en Jom Kipoer. A.s. vrijdag begint de zogenoemde sjabbat van ommekeer (sjabbat sjoewa) en in plaats van een commentaar op de parasja Wajelech (Deut. 31)  – waar trouwens ook de ommekeer van de Israëlieten centraal staat – ga ik een verhaal over ommekeer vertellen.

Rond 1800 leefde Nathan Hertz, een fruitverkoper in het stadje 
Nemirov , in de streek Podolië, ergens in Oost-Europa, een stadje met veel chassidische joden, arme mensen met een spontaan en diep geloof in God en hun rebbe. 
Op een dag sprak Nathan niet meer. Hij verwaarloosde zijn handel, ging niet meer naar de markt en niet meer naar de synagoge, stond laat op, zei geen ochtendgebed meer en zat uren in een hoek. Het ging niet goed met Nathan. 
De man verzwakte steeds meer, voelde zich ernstig ziek en bleef in bed liggen.
De angst bekroop hem, dat niet lang meer zou leven. 
Zijn vrouw werd heel ongerust en riep een aantal wijze mannen uit de omgeving van Nemirov te hulp. Daar stonden ze dan bij zijn ziekbed. Nathan zweette en keek nerveus de kring om zijn bed rond. Hij beefde. Was het van de koorts of van de angst? 
Eindelijk sprak hij. 
- ‘Lieve mensen, ik weet, dat ik het niet lang meer maak. Ik ben wanhopig. Ik ben een waardeloos mens geweest. Ik heb mijn gebeden verwaarloosd, ik ben vaak op de sabbat niet naar de synagoge gegaan, ik heb de gewichten van mijn weegschaal te zwaar gemaakt en te veel voor mijn appels en peren gerekend, ik heb te veel van het geld gehouden en te weinig van mijn vrouw en kinderen, ik heb kwaadgesproken en gelogen. Ik heb mijn medemensen niet genoeg geholpen en veel te weinig goede daden gedaan. Zoveel ben ik tekortgeschoten in hoe je moet leven volgens onze grote leraar Mozes. Wat moet ik doen als ik voor de troon van de Almachtige sta?' 

Rabbi Zoesja van het naburige dorp Hanipol schudde zijn hoofd. 
- Nathan, je zal niet gevraagd worden, waarom je niet méér zoals Mozes bent geweest. 
Ik denk, dat je gevraagd zal worden: ‘Nathan Hertz, waarom ben je niet méér Nathan Hertz geweest? 
Nathan slaakte een diepe zucht. Hij was nog steeds bang, maar ook kwam een diep verdriet in hem op. Lang bleef het stil. 
- Ik geprobeerd te doen wat mijn vader wilde, wat mijn familie wilde, wat mijn buren wilde, wat de Rebbe wilde, wat de wet van Mozes wilde. Maar wie is Nathan nou eigenlijk, wie is Nathan echt; ik weet het nog steeds niet. Ik heb gefaald. Het is of ik een grote barst in mijn ziel heb. 

De wijze Rabbi Jakob Jozef uit het dorp Polnoje zei: 
Nathan, misschien ben jij wel als die emmer aan het juk van de waterdrager. 
- Hoezo?, vroeg de zieke 
- Twee emmers droeg de waterdrager iedere dag aan een juk naar de rivier om ze te vullen met water voor zijn gezin en zijn akker. Maar een van de emmers, de rechter emmer, had een barst. Daardoor lekte steeds de helft van het water weg op de terugweg van de rivier naar het bassin bij het huis van de waterdrager. Als de emmers 's nachts in de schuur stonden, zei de linker emmer tegen de rechter: ‘ik ben een echte emmer, die zijn waarde bewijst, mooie emmer ben jij, je laat de helft weglekken, wat voor waarde heb jij nou...'. Op den duur kon de emmer met de barst het niet meer uithouden. Hij meldde zich in een droom van de waterdrager. De emmer zei, ik ‘voel me waardeloos, een kapotte emmer ben ik, doe me toch weg en koop een nieuwe emmer.' De waterdrager antwoordde hem. ‘ Let morgen eens goed op. Aan de rechter kant van het pad, jouw kant, is het groen en bloeien de bloemen. Dat komt omdat jij iedere dag je water geeft aan de rechter kant van het pad. Daardoor konden de daar aangelande zaadjes ontkiemen en tot bloei komen. Iedere dag ben ik blij, want door de bloemen is mijn pad minder saai. Juist om jouw lek waardeer ik jou.'

Rabbi Nachman was net binnengekomen uit het naburig stadje Breslow. Hij had het verhaal over de waterdrager gehoord. Ook hij was een verhalenverteller. Hij zei: 
- Ik moet denken aan het verhaal van de koning en zijn juweel. Er was er eens een koning, die een prachtige edelsteen had. Hij keek er iedere dag naar en dat gaf hem nieuwe energie. Op een dag schrok hij vreselijk door een donderslag bij heldere hemel en de edelsteen viel uit zijn hand op de harde paleisvloer. Er was een grote barst in het juweel gekomen. Ambachtslieden kwamen uit alle delen van het rijk. Ze zeiden er niets aan te kunnen doen. Uiteindelijk meldde zich toch een oude juwelier, die van ver kwam. 
- Ik kan er wat aan doen, zei hij, maar u moet mij beloven mij volstrekte vrij te laten.
De koning had geen keus en de werkman richtte zijn werkplaats in het paleis in en toog aan de arbeid. Vele dagen was hij bezig, behalve natuurlijk op de sabbat. Eindelijk dook hij op en liet de koning de edelsteen zien. In het juweel had de oude man de lijnen van de barst omgewerkt tot een bloem, diep uitgekerfd in de kostbare steen. De koning hapte naar adem, zo prachtig zag het eruit. Juist door de barst was de steen nog kostbaarder geworden dan hij al was. ‘ 

Toen Rabbi Nachman was uitgesproken, barstte Nathan Herz in tranen uit. Het leek het of een lichtstraal in de donkere kamer van zijn hart was binnengevallen. Vanaf toen begon een langzaam herstel van de zieke man. Hij werd een leerling van Nachman van Breslow, van de Rebbe, zoals de joden een wijze leraar noemen. De Rebbe zei tegen zijn leerlingen: de wereld lijkt absurd, maar achter die absurditeit is altijd betekenis en zin te vinden. Weet dat iedere daad, hoe klein ook, verschil kan maken. Vergeet nooit dat jij jouw eigen steen kan bijdragen in de verlossing van de wereld ondanks alle absurditeit en tegen alle frustraties en teleurstelling in. Het is nooit te laat om te worden wie je bent. 

Iedere dag ging Nathan nu een kleine positieve daad doen.
Met iedere daad viel er weer een nieuwe lichtstraal in zijn hart. 
Hij ging weer vroeger opstaan. 
De volgende dag deed hij weer zijn ochtendgebed, want soms is het lot zwaarder dan de ziel en helpt de Eeuwige een beetje dragen. 
De dagen daarna ruimde hij zijn schuur op en werkte hij zijn boeken bij. 
Hij bracht zijn weegschaal in orde en herijkte zijn gewichten. 
Hij ging naar de markt en groette de mensen met een glimlach. Hij begon de zieken in het stadje te bezoeken. De mensen praatten graag met hem en stortten hun hart bij hem uit. Ze voelden dat Nathan wist waar ze het over hadden. 

Rabbi Nachman stierf toen hij nog geen veertig was. Hij benoemde zijn leerling Nathan als zijn opvolger. De wereld is een smalle brug, maar de hoofdzaak is om niet bang te zijn, zong Rabbi Nachman altijd en Rabbi Nathan zong het hem na en daarna heel Israel tot op de dag van vandaag; in het Hebreeuws klinkt het zo: “Kol ha-olam koelo gèsjèr tsar me'od, we ha'ikar lo lefached klal”. 

© RC  juni 2016

Bronnen
Het verhaal is fictie maar bevat elementen uit de chassidische werkelijkheid van de 18 e en 19e eeuw. Rabbi Nathan, geboren in Nemirov (Oekraiens: Nemiriv),
 heeft werkelijk bestaan. Nathan van Breslov,1780 – 1844, ook bekend als Reb Noson, was de belangrijkste leerling en secretaris van Rebbe Nachman van Breslov stichter van de Breslover Hasidim 
Ons verhaal over de depressie en over hoe Nathan leerling werd van Rebbe Nachman is echter louter fictie. 
Reb Zoesja (1718-1800) was een chassidische rebbe uit de bloeitijd in de 18e eeuw. 
Zijn uitspraak van waarom hij niet Rabbi Zusya is geweest is een klassieke anekdote uit Martin Bubers ‘Chassidische vertellingen'. 
De twee verhalen over de waterdrager en de edelsteen stammen uit de chassidische sfeer en heb ik bewerkt uit de Breslover internet site
http://www.davka.org/what/text/sermonics/srmnyk64perfect.html 

 

Nieuws

Droosje door rabbijn Menno ten Brink uitgesproken op 20 juli 2018 in de LJG Amsterdam. Lees meer >>
Via de site van Sja'ar kunt u boeken en cd's aanschaffen Lees meer >>

september

  • <  
  •   >
z m d w d v z
 
 
 
 
 
 
1
 
2
 
3
 
4
 
5
 
6
 
7
 
8
 
9
 
10
 
11
 
12
 
13
 
14
 
15
 
16
 
17
 
18
 
19
 
20
 
21
 
22
 
23
 
24
 
25
 
26
 
27
 
28
 
29
 
30