Liberaal Joodse Gemeente Gelderland, progressief en gastvrij.

27 maart 2019 | 20 Adar II 5779

Parasja van de week

Parasja van de week

Parasjat Ki Tisa     Sjemot/Exodus 30:11-34:35
Rondom het gouden kalf

In het bijbelstuk van de week Ki Tisa gaan de instructies voor de eredienst verder met voorschriften omtrent het zoengeld tijdens volkstellingen, voorschriften de constructie van het wasbekken, de bereiding van zalvingsolie en dan is er de aanwijzing van de voormannen van de kunstenaars en ambachtslieden: Betsalel en Aholiav. Een en ander gaat gepaard met een vermaning: de sjabbat moet bij de vervaardiging van het tabernakel en de heilige objecten in acht genomen worden. 
Dan volgt de hoofdmoot van deze parasja, het bekende verhaal over de afvalligheid van een deel van het volk rond het gouden kalf en de weg van verzoening daarna bewandeld door Mosjee.

De toon van het gouden kalf-verhaal wordt gezet met Sjem/Ex 32:1: ‘Toen het volk zag dat het lang duurde voor
​Mozes​ van de berg afdaalde, kwam het volk bijeen bij ​Aharon, en zij zeiden tegen hem (Aharon): “Sta op, maak voor ons ​goden​ die vóór ons uit gaan, want die ​Mozes, de man die ons uit het land ​Egypte​ geleid heeft – wij weten niet wat er met hem gebeurd is’’’.
Het volk had nog geen veertig dagen terug  de manifestatie van de Eeuwige op Sinaj beleefd, een subliem moment, een highlight in de spirituele geschiedenis van het Joodse volk. Hoe was het mogelijk, dat na deze overweldigende ervaring niet lang daarna het volk op eigen initiatief overging tot het vervaardigen van een afgodsbeeld in de vorm van een gouden kalf?

Commentator uit de vorige eeuw Nechama Leibowitz (1) geeft een overzicht over hoe de rabbinale commentatoren daarmee hebben geworsteld. De middeleeuwse Jehuda Halevi (2) tilt er niet zo zwaar aan en vergoelijkt deze misstap een beetje; in feite heeft het volk de Eeuwige niet verloochend, verklaart hij, maar het wilde bij de langdurige afwezigheid op de berg Sinaj van Mosjee alleen maar iets zichtbaars hebben om te vereren, bovendien ging het slechts om 3000 van 600,000 personen, zoals is af te leiden uit Sjemot/Exodus 32:28.
De 13
e-eeuwse meester Ramban (Nachmanides) meent, dat het niet ging om een nieuwe godheid of goden, maar om leiderschap; het volk wilde voor de duur van Mosjee’s afwezigheid een nieuwe godsman, die hen zou leiden, niet een nieuwe god om te vereren. Toen Mosjee terugkeerde van de berg vond ook immers geen enkel protest plaats, toe hij het gouden kalf verbrandde.
De meeste uitleggers, de befaamde commentator Rasji voorop, zien toch in de creatie van het gouden kalf een zwaar vergrijp, een gigantische morele terugval, je zou bijna zeggen een doodzonde (3).

In de meer mystieke Joodse leer van de kabbala gaat achter het verhaal van het gouden kalf een dieper gebeuren schuil. Voor zover ik iets van haar esoterische allegorieën en symbolen heb begrepen, wordt de schepping gezien als een lange reeks van drama’s van val en herstel (tikoen) die de (Joodse) mens in zijn contact met de oneindige schepper heeft te doorlopen op zijn lange weg naar de messiaanse tijd. In die sfeer is het verhaal van het gouden kalf een weergave van een kosmische spirituele catastrofe, een - na de sublieme ervaring van het goddelijke bij de heilige berg Sinaj - fataal weer verzinken van geest en ziel in de materiele bestaanswijze, vergelijkbaar met – maar minder fataal dan - de val uit het paradijs van Adam en Eva (Chawa) (4).
Wat mij hierin aanspreekt is de vraag of onze materiele vooruitgang – in welvaart, onderwijs, levenslengte, gezondheidszorg, techniek, vrijheid van denken en woord, – hoe te waarderen ook, samengaat, parallel loopt met een vooruitgang in moreel en geestelijk opzicht of dat er juist sprake is van een achterblijven of zelfs gestadige achteruitgang in dit opzicht, al ik kies ik graag voor het geloof in een uiteindelijk met vallen en opstaan positieve gerichtheid van deze evolutie. Fascinerend om deze ontwikkelingen in de 21ste eeuw te volgen

In meer nuchtere psychologische termen overpeinst Nechama Leibowitz aan het slot van haar commentaar op Ki Tisa, dat wonderen, hoe ontzagwekkend ook, de menselijke natuur blijkbaar niet kunnen veranderen. Ze kunnen de menselijke ziel opschudden uit zijn alledaagse ideeën, maar kunnen de menselijke aard niet duurzaam veranderen en daarom kunnen we de Tora niet ontberen. De dagelijkse training, die de praktisering van haar leefregels betreffende omgang met jezelf, je familie en de samenleving met zich meebrengt, werpt een dam op tegen moreel terugval.

Noten
(1) Nechama Leibowitz, Studies in Shemot/Exodus, p. 549 ev, waarvan ik dankbaar gebruik maak.
(2) Jehuda Halevi (1075 – 1141), dichter, filosoof, schrijver van Sefer Ha-Kuzari
(3) Zie Rasji ad Sjem/Ex 32:1.
Waarschijnlijk is het gouden kalf een manifestatie van de invloed van Egyptische astrologie en Egyptische goden. Zie bijv. ook Pirkee de Rabbi Eliezer (midrasj uit de 7e eeuw) 45: ‘Toen Israël de geboden had gekregen hebben ze na veertig dagen hun God vergeten en hebben ze aan Aharon gevraagd: “de Egyptenaren droegen hun god en zongen en zongen ervoor en zagen hem voor zich. Maak voor on een god als de goden van de Egyptenaren, zodat wij hem voor ons zien, en daarom staat er (in de Tora): “Sta op, maak voor ons een god”’
(4) Een korte omschrijving van dit proces is te vinden in Gershom Sholem, Zur Kabbala und ihrer Symbolik, Suhrkampf, 1973, p.146 ev
Voor wie zich in een kabbalistisch commentaar op de parasja Ki tisa wil verdiepen, zie https://www.chabad.org/kabbalah/article_cdo/aid/627795/jewish/Sins-Snakes-Golden-Calf.htm

 

 

Nieuws

Een bijdrage van ons lid Elco Aronstein over Over Joodse traditie(s), cultuur, religie en identiteit. Lees meer >>
Deze week is het Poeriem en wordt de megillat Ester gelezen. Het is een van de 613 geboden om ieder jaar de megille te horen lezen. In verband daarmee een lichtvoetige wat opgefriste spannende hervertelling van het boek Ester. Lees meer >>

maart

  • <  
  •   >
z m d w d v z
 
 
 
 
 
1
 
2
 
3
 
4
 
5
 
6
 
7
 
8
 
9
 
10
 
11
 
12
 
13
 
14
 
15
 
16
 
17
 
18
 
19
 
20
 
21
 
22
 
23
 
24
 
25
 
26
 
27
 
28
 
29
 
30
 
31