Liberaal Joodse Gemeente Gelderland, progressief en gastvrij.

19 augustus 2017 | 27 Av 5777

Parasja van de week

Talmoedstudie

Parasja van de week

Parashat Wa'etchanan             Devariem / Deuteronomium 3:23-7:11
Vergezicht vanaf de berg Pisga opTsion

In zijn laatste dagen smeekt Mozes om het beloofde land Kenaän te mogen betreden, maar de Eeuwige staat hem dat niet toe. Wel mag hij op de top van de berg Pisga de zo lang verbeide contreien  van grote hoogte overzien: ‘Beklim de Pisga en kijk vanaf de top uit naar het westen, het noorden, het oosten en het zuiden. Kijk goed om je heen, want je zult de ​Jordaan​ niet oversteken’ (Devariem/Deuteronomium 3:23). Wat zag de oude profeet aan zijn geestesoog voorbij komen?

Het was afgelopen dinsdag Tisja be’Av. Een goede aanleiding om mij voor te stellen, dat de blik van  de bejaarde leider viel op de berg – in feite een fors geheuvelte -  in Judea, waar ooit Avraham zijn zoon op het altaar legde voor het offer aan de Eeuwige, dat de Eeuwige op het laatste moment verhinderde, wantHij wilde – zeker op deze plaats  - absoluut geen vergieten van mensenbloed. De berg, die voortaan een heilige plek zou zijn, heette Moria.  In de tijd, dat Mozes op de Pisga over Abrahams offerplaats uitkeek, bevond zich daar een sterke vesting,  bewoond door de Kenaänitische stam van  de Jebusieten.
Maar in mijn verbeelding ziet  de hoogbejaarde leider ook in de toekomst van de berg, die later Tsion genoemd zou worden.  Misschien ging er een rilling door hem heen toen hij de sublieme gloriemomenten van zijn volk voor zich zag opdoemen en verzinken in een afwisseling met de afgrijselijkste dieptepunten.  Een aantal flitsen daarvan zag hij passeren.

Daar komt koning David op, die eindelijk de Jebusietische vesting had ingenomen. Hij heeft er zijn hoofdstad Jeruzalem  gemaakt.  Hij koopt  de dorsvloer, die  een Jebusietische hoofdman  op Tsion had, om er een altaar te maken, de kiem van de glorieuze tempel die zijn zoon Salomo zou bouwen.
Mozes’  verziende blik rust even op  een prachtgebouw, een wereldwonder van architectuur, waaruit he gezang van de levieten opklinkt. Vierhonderd jaar zou de tempel het toneel van eredienst, rechtvaardigheid  en integriteit zijn, maar geleidelijk gaan verwaarlozing, corruptie,  machtstrijd en en  hypocrisie de boventoon voeren.. Profeten staan op, Micha, Jesaja, Jeremia en anderen , die net zoals hij, Mozes, waarschuwen om de kern van de boodschap van compassie en rechtvaardigheid hoog te blijven houden tegen de machten van corruptie en  moreel verval.
Maar dan. In een volgend beeld  ziet hij  die prachtige tempel branden en zijn volk met alle kostbare parafernalia van de tempel weggevoerd naar het verre Babel. De bejaarde visionair zucht, hij zag het aankomen (1).

Maar kijk, op Tsion verheft zich  na vele jaren van ballingschap op het puin weer een nieuw heiligdom, een tweede tempel. Opnieuw wordt de boodschap van compassie en rechtvaardigheid belichaamt in een prachtig heiligdom.  Er rust weer zegen op de gewijde plaats.
Maar ook de eeuwen die volgen tonen aan de oude leider  corruptie en bloedige machtstrijd tussen priesters, koningen, scherpslijpers en vrijdenkers . Dan opnieuw ruim vier eeuwen later,  na bloedige veldslagen tegen bezettende legers , Romeinen, maar ook na onderlinge slachtingen tussen drie partijen, die in Jeruzalem elkaar naar het leven staan, slaan weer de vlammen hoog uit het enorme gebouw. Ook deze tempel wordt door brand verwoest. (2)
De oude profeet kan het beeld van rook en stromen bloed nauwelijks verdragen, het voorbijkomend geschreeuw pijnigt zijn oren.

Het profetisch oog van Mozes reist een paar eeuwen verder. Een treurig tafereel op de berg Tsion komt hem tegemoet, twee beelden van een keizer, genaamd Hadrianus, en vlak daarbij een grote steen met een holte daarin en een groep Joden, die de steen zalven en klagen en die hun kleren verscheuren, ieder jaar doen ze dat op de negende van de maand Av, de fatale datum van de ondergang van de heiligdommen op de berg.(3).

Een volgend beeld komt de oude leider voor ogen. Drie eeuwen later, wordt er op  de berg Tsion een nieuw gebouw opgetrokken op de puinhopen, die daar liggen, een voorlopig heiligdom, dat later zal worden verfraaid en uitgebouwd tot een moskee, met de naam  El  Aqsa (4). Het is niet Mozes’ volk, de bouw uitvoert, maar de bejaarde leider herkent de bouwers, het zijn afstammelingen van een andere zoon van Abraham, Ismael, uit hem is kennelijk ook een profeet voortgekomen.

Mozes ziet ook af en toe stoeten geleerde mannen druk met elkaar in gesprek, mannen, die zich rabbijnen noemen en die zich bezig houden met de uitleg en uitwerking van de boodschap, die hij als profeet heeft ontvangen van de Eeuwige. Dat doet hem veel plezier en hij hoort in zijn verhorende oren het geruis van eeuwenlange, intense, geanimeerde gesprekken van deze rabbijnen passeren.
Hij begrijpt er vaak niet veel van, maar soms vangt hij iets op.  Zo hoorde hij de geleerden zich afvragen,  waarom de Tweede Tempel werd verwoest; daar werd toch Tora werd geleerd, mitzwot werden gedaan en goede daden? De ene rabbijn zegt: omdat er binnen en rondom die tweede tempel haat zonder enige rede heerste, sinat chinam (5).    Een andere zei:  omdat de Joden obsessief precies alles deden. zoals de letter van de regels het zeiden,  zelfs als ze in strijd  de bedoeling van de regels kwamen (6).
Het deed de oude leider plezier, dat de oude wijzen van zoveel eeuwen na hem toch steeds weer probeerden terug te keren tot de essentie van zijn boodschap, zeker toen hij nog veel verder in de toekomst luisterend een rabbijn hoorde zeggen (7) dat de haat zonder rede (sinat chinam) vooral slaat op zogenaamd ‘rechtschapenen’, die anderen, die zich niet precies gedragen volgens hun geloof behandelen als ketters (apikosim). Met name die misplaatste vervolging leidde tot de verwoesting, want God, zo hoorde Mozes hen tot zijn genoegen zeggen, wil dit soort buitensporige rechtschapenheid niet, maar wel moreel gedrag in alledaagse zaken.   

Misschien deed Mozes nog een uiterste visionaire inspanning en kon hij zijn verreikende  blik tot in de eenentwintigste eeuw doen reiken.  Wat zou hij gezien hebben..,,
Waarschijnlijk kan hij zijn visionaire ogen niet geloven. Wat een prachtig welvaren land, gevuld met heel veel Joden en ook veel afstammelingen van Ismael.  Daar blinkt Jeruzalem, groter en rijker dan enige stad, die de grijsaard ooit heeft gezien, zelfs niet in Egypte. Dan zoomt hij in op die gepijnigde berg Tsion, in de hoop, dat er vrede rondom de gewijde plek zou zijn, dat de giftige sfeer van sinat chinam eindelijk verdwenen zou zijn.

Boven op de berg Tsion ziet hij afstammelingen van Ismael  bidden, in en rond hun heiligdom, want hun profeet was daar ten hemel gevaren.  Dat hadden de Joden, die weer na heel veel bloed, zweet en tranen weer een staat hebben kunnen stichten  in het beloofde land en die zo weer de baas waren in Jeruzalem, goed gevonden. Maar de spanning is om te snijden. Vanaf het grote plein bij de berg stijgen gebeden, maar vooral ook verhit ruziënde stemmen ten hemel. De rechtschapen Joodse mannen hebben hun plek om te bidden geclaimd  bij het stukje westelijke muur van de tweede tempel, dat de eeuwen heeft getrotseerd en dat heilig is verklaard.  Er zijn ook andere Joodse mannen en vrouwen, die de rechtschapenen niet rechtschapen genoeg vinden om met hen hun gebedsplek bij de muur te delen; die Joden zouden graag in een hoek van het plein van de muur ook willen bidden, maar dat vinden de rechtschapen mannen niet goed. (8)
De berg Tsion is eens te meer het middelpunt van eindeloze ruzies tussen partijen, die menen dat zij de heiligheid van de plek in pacht hebben, en dreigen met geweld om dat kracht bij te zetten.
Het schaamrood zal Mozes naar de kaken zijn gestegen. Hij  zal gezucht hebben. Hij zal een vreemd verlangen hebben gehad, dat alles en iedereen even helemaal weg zou zijn van de omstreden berg en dat er een leegte en een stilte zou heersen op de berg, waarin opnieuw de heiligheid zou neerdalen, gelijkelijk beschikbaar voor een ieder, die daarvoor open wilde  staan.

Toen daalde de leider af van de Pisga om zich voor zijn laatste rede bij zijn volk te voegen. Want een profeet geeft de hoop nooit op. Zijn hoop is altijd net iets groter dan zijn teleurstelling. Zijn compassie is altijd net iets groter dan zijn boosheid. Toen begon hij met zijn laatste woorden.
(Devariem/Deuteronomium 4:1).

noten.

(1) 2 Koningen 25
(2) Flavius Josephus, De oorlog van de Joden, boek VI
(3) Ontleend aan het reisboek van de ‘pelgrim van Bordeaux’, die in 333 AD Jeruzalem bezocht
(4) Ontleend aan ‘The pelgrimage of Arculfus’, die in 670 AD Jeruzalem bezocht
(5) Talmoed Joma 9b
(6) Talmoed Bava Metzia  30b. Letterlijk: Rabbi Jochanan zei, dat Jeruzalem alleen maar verwoest was, ‘ omdat de joden (strikt) handelden volgens de letter van het recht (Tora) en niet voorbij wilden gaan aan de maat van het recht' 
(7) Aldus de Netziv, Naftali Zvi Yehuda Berlin, 19e eeuw in zijn commentaar ‘Ha-emek Davar’
(8) Lees bijv.  Ha’aretz Feb 26, 2016: http://www.haaretz.com/.premium-1.706640 

  

Parasjat Devariem Devariem / Deuteronomium 1:1–3:22 

 

Mozes bij de rivier Jordaan

 

Het boek Devariem is ingekleed als een reeks  machtige laatste toespraken van de hoogbejaarde leidsman Mozes, gehouden in het veertigste jaar van de grote woestijnreis naar het beloofde land. Volgens de midrasj vond dat allemaal plaats in de weken tussen 1 Sjevat en 6 Adar, de sterfdatum van Mozes.

De figuur van Mozes heeft mij altijd gefascineerd. Hoe men hem ook wil zien, hij was een unieke persoon, als hij was geen ander. Vele schrijvers en denkers hebben getracht om op grond van de woorden van de Tora en de daarin beschreven acties en gebeurtenissen een beeld te vormen van de man, die als het ware halverwege sage en historie zijn stempel op onze beschaving heeft gedrukt.
De Tora zelf (Bemidbar/Numeri 12:3) noemt Mozes  ‘een zeer bescheiden man – niemand op de hele wereld was zo bescheiden als hij’. Maar goed bekeken was geen enkele emotie of karaktertrek hem vreemd. Met name valt naast andere karaktertrekken zijn woede op, die vaak parallel loopt met de woede van de Ene, die hem bij de doornstruik werd geopenbaard en van wie hij opdracht kreeg om de Israelieten te leiden naar de vrijheid. Een vogelvlucht makend over de geschriften maken we kennis met zijn gevoel van onrecht en compassie als hij het niet kan hebben als hij een Hebreeër mishandeld ziet worden en met zijn drift als hij de mishandelaar doodt. We zien zijn verlegenheid om het woord te voeren, zijn moed en volharding om de farao te trotseren, zijn bovenmenselijke inspiratie om de Tora (letterlijk: ‘onderwijzing’) te ontvangen, zijn woede, als hij de twee wetstafelen coram publico stuk smijt, zijn mededogen als hij om het mededogen van de Ene smeekt, zijn letterlijk stralende verlichtheid als hij met nieuwe wetstafelen tot het volk afdaalt, zijn wanhoop, als de morrende Israëlieten, ontevreden over het voedsel, terug willen naar Egypte, zijn eros, als hij een tweede mooie Nubische vrouw neemt, zijn ergernis over het voor de zoveelste keer klagende volk, als hij met zijn staf de rots om water slaat.

Maar als hij als  onderwijzer, volksleider en profeet  aan zijn laatste woorden begint,dan is dat allemaal voorbij. Dan zie ik de oude man, gezeten in de buurt van de Jordaan, die hij niet mag en zal oversteken. Een man, aan het eind gekomen van een lang leven van toppen en dalen, gepokt en gemazeld als leider van een volk en gekneed, gevormd en opgeheven door de Stem, die hem samen met de hem toevertrouwde menigte tegen de klippen op voortdreef naar een de geografische, maar waarschijnlijk vooral geestelijke bestemming. Als wij ons focussen op dat beeld, dan zien we een heel of geheeld persoon, mens uit een stuk.
Mozes van Michelangelo

Letterlijk een beeld van Mozes  is gehouwen door Michelangelo, bestemd om het graf van een paus te sieren (1). Eigenkijk een dubbele gotspe in Joodse  - zeker in rabbijns-othodoxe – ogen, waarin afbeelding van mensen in strijd wordt geacht met de tweede uitspraak van de Tien Uitspraken – het beeldverbod - en waarin de paus bepaald niet de meest populaire spiritueel leider is. Als we dat even tussen haakjes zetten, kunnen we niet ontkennen, dat het beeld een onmiskenbaar machtige uitstraling heeft.  De Joodse psychiater Sigmund Freud was door het beeld gefascineerd en al de keren, dat hij in Rome was ging hij het in de San Pietro in Vinculi kerk  bezoeken  om de Mozes (en zijn maker Michelangelo)  te bestuderen en te doorgronden. Uiteindelijk heeft hij de associaties, die hij in zijn psychoanalytische blik opkwamen, samengevat in een essay ‘Der Moses des Michelangelo’  (1914). Hij was het eens met de vele andere beschouwers, die meenden, dat in de geweldige sculptuur het moment was vastgelegd, dat Mozes de heidense dansen rondom het gouden kalf gewaar werd en op het punt stond de twee tafelen stuk te smijten. Sigmund Freud vond echter na zorgvuldig onderzoek van de details van de houding van de profeet, dat de beeldhouwer juist weergaf hoe Mozes zijn opkomende razernij had bedwongen. Hij drukte zijn twee tafelen aan zijn zijde om ze voor vallen te behoeden, kortom hij hield juist de primitieve woede-impuls onder de duim. Daarmee verhief de kunstenaar Michelangelo de figuur van Mozes als het ware boven de met grillige emoties worstelende persoonlijkheid, die voor Freud uit de incongruente Bijbelteksten oprijst. Zo maakte volgens de psychoanalyticus de beeldhouwer het beeld tot een uitdrukking van de ‘hoogste menselijke prestatie, die in een mens mogelijk is , het succesvol bestrijden van innerlijke hartstochten in dienst van de zaak, waaraan hij zich heeft gewijd. (2)

We horen hier in Michelangelo’s Mozes geprojecteerd  iets terug van Freuds opvatting, dat het onvermijdelijk en daarom aan te bevelen is om in de loop van het leven enigszins meester te worden over de (erotische en agressieve) impulsen, die de mens in zijn daagse bewustzijn belagen. In het beeld van Michelangelo betrappen we Mozes op een succes in deze worsteling.  Daarmee is een zekere parallel met de Mozaïsche wetten niet te ontkennen. Immers  ook de wetten en regels, die de Mozes van Deuteronomium nog eens bij de Israëlieten wil inprenten, hebben mede tot intentie de anarchistische impulsen van zijn volk  - mede tot uiting komend in erotische vruchtbaarheidsriten rondom Kenaänitische afgoden -  in de goede banen te leiden tot een geordende en leefbare samenleving. Zo heeft Mozes  als stem van de Ene - de gestalte gekregen van de grondlegger van een ethisch bestel, onmisbaar om het volk samen te smeden . (3)

 

Als ik de foto van het beeld van Michelangelo eens goed bekijk, ben ik het wel eens met Freud, dat hier niet zozeer een persoonlijke portret is gemaakt als wel een icoon, dat ver boven de alledaagsheid uitstijgt. Toch kan ik mij voorstellen, dat het niet zozeer een icoon is van Mozes op het moment, dat deze  het afvallige volk aan de voet van de berg ontwaart, maar veel meer van een Mozes in het begin van zijn laatste Deuteronomische redevoeringen, vlak voordat  hij zijn eerste woorden gaat spreken, gezeten op een steen, zijn twee stenen platen vlak bij de hand. De reis is volbracht. De blik schouwt in de peilloze verte van de toekomst, waarin hij nu al weet heeft van de glorieuze hoogtepunten en de verpletterende tragedies die het volk van Israel nog zullen overkomen.
Maar dan neemt hij toch het woord, want hij kan niet anders; ’De Eeuwige, onze God, heeft bij de ​Chorev​ tegen ons gezegd’ en dan begint hij met een terugblik op de afgelopen veertig jaar

 

noten

 

(1) Michelangelo's Mozes is een marmeren beeldhouwwerk dat tussen 1513 en 1516 door Michelangelo Buonarroti is gemaakt. Het is een voorstelling van de Bijbelse persoon Mozes in de basiliek San Pietro in Vincoli in Rome, bestemd voor het graf van paus Julius de tweede.  De hoorntjes op Mozes’ hoofd zijn het gevolg van een verkeerde vertaling van keren or, keren kan zowel ‘hoorn’ als straat betekenen:  maar in Exodus 34:29 betekent het woord ‘straal’  van licht (or)
(2) Sigmund Freud, Der Moses des Michelangelo, 1914, vertaald door James Strachey als The Moses of Michelangelo, The Hogarth Press, Men vermoedt, dat in dit essay de met veel moeite bedwongen woede van Freud om de ‘desertie’ van zijn volgeling Carl Gustav Jung doorspeelt.
(3) Michelangelo heeft zijn Mozes afgebeeld als een machtig gespierd mannelijk lichaam. Het valt mij op hoe hij de patriarchale autoriteit benadrukt en zo een reflectie geeft van hoe  in de Tora  - waar overigens de eenheid en ongeslachtelijkheid van de Eeuwige principieel wordt vooropgesteld  -  toch sterke associaties met het mannelijke principe, de koning voorop, worden gewekt.  

Commentaren van Rob Cassuto op de vijf boeken van de Tora:

REIZEN DOOR DE TORA,
deel 1, van het Begin naar de Berg, Genesis en Exodus
deel 2, Van de Berg naar de Rivier, Leviticus, Numeri en Deuteronomium 
Nu verkrijgbaar bij Stichting PaRDeS, Mastix Press in de reguliere boekhandel en Bol.com 

 

Nieuws

De LJG Gelderland organiseert al jaren lessen voor de kinderen en feesten met speciale activiteiten voor de kinderen. Over het onderwijs aan de kinderen lees meer op deze pagina. Zie de recente foto's van Poeriem 2017 onder Blik terug Lees meer >>
Reizen door de Tora – Van het Begin naar de Berg: Genesis en Exodus, commentaren op de parasjot van de week. Intussen is vanaf januari 2017 verkrijgbaar: het boek over de overig delen van de Tora, ‘Reizen door de Tora, van de Berg naar de Rivier, Leviticus, Numeri, Deuteronomium Lees meer >>

augustus

  • <  
  •   >
z m d w d v z
 
 
1
 
2
 
3
 
4
 
5
 
6
 
7
 
8
 
9
 
10
 
11
 
12
 
13
 
14
 
15
 
16
 
17
 
18
 
19
 
20
 
21
 
22
 
23
 
24
 
25
 
26
 
27
 
28
 
29
 
30
 
31
 
 
 

tree1

tree2