Liberaal Joodse Gemeente Gelderland, progressief en gastvrij.

11 december 2017 | 23 Kislev 5778

Heiligheid, een onderzoek op Sjawoeot

Heiligheid, een onderzoek op Sjawoeot

It’s easy to see without looking too far 
That not much is really sacred (Bob Dylan, It’s all right ma)

Inleiding

We vieren Sjawoeot, het feest van het geven van de Tora, Chag Matan Tora.
Vanavond gaan we niet in op de Tien Uitspraken, de Asjeret ha-Dibrot, die altijd worden gelezen. We gaan op onderzoek uit over het begin van hoofdstuk 19 van Leviticus/Wajikra, een hoofdstuk, dat wel de Tweede Tien Uitspraken wordt genoemd, omdat daarin alle Tien Uitspraken in een of ander vorm zijn terug te vinden.
Het hoofdstuk begint met een oproep:  De Eeuwige zei tegen Mosjé:  2 ‘Zeg tegen de gemeenschap van Israël: “Weest heilig, want ik, de Eeuwige, jullie God, ben heilig. ( Lev 19:1,2). Wat is heilig?

Kadosh

Het Hebreeuwse woord voor heilig, Kadosh (oorspr. ‘apart gezet’) heeft diepe roots in oude tijden, waarin het van belang was om de godheid gunstig te stemmen in het belang van voorspoed in de economie en in de oorlog en ter voorkoming van rampen; daartoe was het noodzakelijk, dat de offers volmaakt waren, smetteloos, vlekkeloos en zonder gebreken en ook de professionele offerbrengers, de priesters, mochten geen lichamelijke en morele gebreken hebben, dit alles om geschikt te zijn om in de sfeer van volmaaktheid te treden van de godheid. Want God is als het volmaakte volstrekt ‘apart gezet’ van het wereldse, banale, gebrekkige, materiële, profane.
Heel veel rituele voorschriften in het boek Wajikra/Leviticus ademen nog deze strekking.
Ze zijn grotendeels in onbruik geraakt,
Maar niet de voorschriften van hoofdstuk 19. Daar straalt de vereiste volmaaktheid, die voor de priesters wordt vereist, af op het hele volk en de omgang van de volksleden met elkaar.
Die voorschriften, mitswot, spreken ons nog steeds aan en toe. Ze zijn moreel van aard.

Weest heilig!

De joodse moraal van hoofdstuk 19 verbiedt het tonen van naaktheid, incest, ontrouw door een echtgenoot of echtgenote, afgoderij en de aanbidding van andere goden, het afleggen van een valse eed, stelen, bedriegen of vals handelen, een ander oplichten, het loon van een arbeider tot de volgende dag vasthouden, het beledigen van een dove, het misleiden van een blinde, het nemen van oneerlijke beslissingen, het voortrekken van een arme in een geschil, partijdig zijn ten gunste van een rijke in een dispuut, oneerlijk handelen bij het zaken doen, profiteren van het ongeluk van anderen, het koesteren van wrok, het verspreiden van haat, wraak nemen, het praktiseren van wichelarij, waarzeggerij, of contact maken met spoken en geesten.
Anderzijds gebiedt de joodse ethiek: het eerbiedigen van ouders, het laten staan van de oogst op de hoeken van een veld en het overlaten van een deel van de druiven in een wijngaard voor de armen en de vreemdeling, iedereen eerlijk vonnissen, mensen waarschuwen dat ze op het punt staan een vergrijp te begaan en anderen liefhebben zoals men zichzelf liefheeft.

Van al die voorschriften is de meest bekende: Heb uw naaste lief als uzelf. Lev.19:18. (Deze woorden worden door de gemiddelde burger meestal aan Jezus toegeschreven).  Ze leggen de bodem voor de principes van menselijke omgang en iets wat wij rechtvaardigheid en beschaving noemen.
Maar dit alles begint met.de oproep om heilig te zijn. Weest heilig, kedoshim. tihejoe Wat moet ik daarmee. Aanvankelijk vond ik en vind ik het begrip heilig maar een stroef begrip. Gaan jullie met mij mee om daar een onderzoek naar te doen.
Wat zegt het begrip heilig nog?

Benaderingen

Joodse context

Naar mijn idee  moeten het woord heilig eerst losmaken uit de christelijke context, die in onze, in ieder geval mijn, oren meeklinkt..

Centraal in het Joodse concept heiligheid staat niet, dat je per se medische wonderen moet kunnen verrichten, zoals van Katholieke heiligen wordt geëist. Ook al mag je niets uitsluiten.
Essentieel voor het joodse heilig zijn is in mijn ogen ook niet, dat je huis,  haard, vrouw en kinderen verlaat om achter een goeroe aan te gaan of om ver van huis armen en zieken te gaan helpen, al kan dat voor sommigen een roeping zijn. .
Ook is niet per se onderdeel van heiligheid afgezonderd te leven en af te zien van alle seksuele en andere wereldse geneugten. Al  benadrukken veel ook nu nog geraadpleegde wijze joodse autoriteiten uit de middeleeuwen en later, dat enige tot zeer strenge matiging op dit vlak wel tot de vereisten behoort..

Sommige schrijvers stellen, dat het in de eerste plaats gaat om de ervaring van het mysterieuze, ontzagwekkende, numineuze, zoals de Christelijke theoloog Rudolf Otto in zijn boek ‘Das Heilige’ heiligheid omschrijft. Zo’n ervaring is niet uitgesloten en volgens Abraham Joshua Heschel, die het religieuze verval in onze tijd aan de kaak stelt, wordt die ervaring wel node in de rationeel gerichte moderniteit gemist. Hij pleit voor een revival van die ervaring in het joodse leven. Maar hij koppelt de ervaring van God als het sublieme aan de werkelijkheid van de daden van alledag en legt zo de basis voor een neo-chassidische vroomheid, die midden in het leven staat.

Laten we eens kijken, wat de oude Joodse middeleeuwse wijzen zeggen over deze passage, over de oproep om heilig te zijn

Rashi

De gezaghebbende middeleeuwse bijbelcommentator Rabbi Sjlomo ben Jitschak (Rasji), 11e eeuw) zegt in zijn uitleg van deze oproep om heilig te zijn: ‘Weest heilig betekent, houdt je ver (peroeshim) van immoraliteit en misdaad, want overal waar je beteugeling van immoraliteit vindt, vind je heiligheid’  De voorbeelden van immoraliteit, die Rashi daarna geeft hebben vooral betrekking op wat in de Tora als seksueel en in huwelijksrelaties ongeoorloofd werd beschouwd voor de priesters
Het klinkt simpel, al is de praktijk nog niet zo makkelijk. Pleeg geen overspel, ga niet naar prostituée’s, etc.en je aardig op weg om heilig te worden. Op een of andere manier bevredigt deze uitleg toch niet.

Nachmanides

Rabbi Mosjé ben Nachman, Nachmanides (13e eeuw) is het wel eens met de omschrijving van Rasji: je ver houden van onzedelijk gedrag. Maar dat is niet het hele verhaal; hij licht verder toe. ‘Tora schrijft vele richtlijnen voor. Je kunt je daar in alle details aan houden, aan de voedselwetten, aan de huwelijkswetten et cetera en je toch als gulzigaard aan kosjer voedsel en drank te buiten gaan en je vrouw ondanks dat je voldoet aan de huwelijks- en reinheidsregels slecht behandelen. Je bent dan een ‘naval bi resjoet ha-Tora’, een schurk op gezag van de Tora.’
Al houdt je je keurig aan alle regels, je kan met je vroomheid te koop lopen, maar in feite je een grote egoïst. Ondanks volgen van de halacha ben je op de verkeerde weg. Een strikte orthodoxe observant is mogelijk dus alles behalve een heilig mens.

Volgens  Nachmanides gaat de Tora zo te werk, dat deze eerst een lijst geeft van wat verboden, resp. toegestaan is; en daarenboven een “ paraplu-voorschrift”,  zodat je daaruit de geest van de voorschriften kan begrijpen,  zodat je niet kan zeggen ‘de Tora heeft het niet verboden, dus mag het’ . Zo’n paraplu-voorschrift is “Kedoshim tihejoe, weest heilig” (aldus de parafrase van Rav Frand)

overkoepelende beginselen

Heiligheid is dus een overstijgend beginsel, het gaat verder dan je keurig aan de regels houden.  Zijn er nog meer beginselen, die dat begrip heiligheid kunnen ondersteunen?

doe wat recht en goed is in Gods ogen

We kunnen steun zoeken bij een andere bepaling, Dat beginsel wordt gevonden in Dewarim/Deut. 6:17-18, in de parasha Wa-etchanan, waarin ook de Tien Uitspraken worden vermeld (bijna gelijkluidend aan de Tien Uitspraken in Sjemot/Exodus): Leef de geboden, de bepalingen en de wetten die de Eeuwige, uw God, u heeft voorgehouden, zorgvuldig na en doe wat recht en goed is in Gods ogen.
Dat laatste doe wat recht en goed is in Gods ogen, omvat dat nu alle in de Tora gegeven geboden, bepalingen en wetten, is dat nu een samenvatting van het voorgaande, of is dat nu een heel nieuwe en zelfstandige bepaling? Is het ook zo’n parapluvoorschrift?

Rasji vindt het laatste: het is een nieuwe bepaling.
Rasji zegt:: Recht en goed, dat betekent een compromis, handelen voorbij aan de strikte eisen van de wet.  ‘zè pesjara, lifnim misjoerat ha-din’  Dat is het principe, lifnim misjoerat ha-din voorbij aan de maat van het recht. Dat schept ruimte voor aanpassing aan nieuwe tijden.

lifnim misjoerat ha-din, voorbij aan de maat van het recht

Hoe belangrijk dit principe al werd gevonden in het begin van de gangbare jaartelling, blijkt uit het gezegde van de alom gerespecteerde Talmoedgeleerde Rabbi Jochanan (3e eeuw), dat Jeruzalem alleen daarom verwoest was, ‘omdat de joden (strikt) handelden volgens de letter van het recht (Tora) en niet voorbij wilden gaan aan de maat van het recht’ (Bava Metzia 30b).

Waar gaat het nu om? Dat je ook op dat enorme gebied, waar de Tora of het recht geen gedragsregels of richtlijnen geven je toch handelt in de geest van de Tora. Soms is het zelfs nodig om af te zien van de regels en rechten die de Tora of het recht je formeel geven, als ze leiden tot onrechtvaardigheid of onmenselijkheid. Soms doe je meer dan de Tora vraagt, soms vraag je minder dan de Tora toekent. 

Raf Safra en Herr Beer

Anekdote uit Talmoedische tijd:  Rav Safra had een hoeveelheid wijn te koop en een potentiele koper kwam langs, net toen hij het Sjema zei. De koper zei: ik bied zo en zoveel, maar Rav Safra wildezijn gebed niet laten onderbreken en bad door. De koper, kennelijk een niet-jood, dacht dat zijn bod werd afgewezen, dus hij deed een hoger bod. Dat ging zo nog een tijdje door, het bod werd steeds hoger.  Toen Raf Savra klaar was met zijn gebed, zei hij, Al bij je eerste bod besloot ik, dat ik dat aanvaardde, dus meer dan dat mag ik niet nemen. (Sheiltot Vayehi, No. 38)

Een vergelijkbaar verhaal stamt uit modernere tijden. De industrieel Beer had aan de vooravond van de Frans-Duitse oorlog van 1870 grote belangen in koper en andere metalen, die naarstig gezocht werden door de Duitse wapenindustrie. Op vrijdagavond, net toen Beer zijn kantoor had afgesloten en naar huis was voor de sjabbat, kwam er een telegram van het Ministerie van Oorlog op zijn  kantoor met een aanbod om al zijn metalen aan te kopen. Telegram op telegram kwam daarna die zaterdag aan, elk met een hoger bod, wat niet werd beantwoord i.v.m. de sjabbat.
De volgende zondagochtend las Beer de telegrammen door en berichtte, dat hij i.v.m sjabbat niet had geantwoord, maar dat hij het eerste bod al zou hebben geaccepteerd. De minister was zo onder de indruk van dit levend Jodendom, dat hij het bedrijf van Beer als eerste leverancier aanstelde, wat leidde tot een wereldwijde expansie van Beers firma. (Leo Jung in Contemporary Jewish Ethics, ed. Marc Kellner, New York 1978)

de unieke actuele situatie

Rabbijn Yehuda Aschkenasy z.l. bespreekt in zijn afscheidscollege als hoogleraar het beginsel lifniem mesjoerat hadien: en haalt een andere Talmoedische anekdote aan.
 'Rabba bar bar Chana overkwam het dat sjouwers [door onvoorzichtigheid] een vat wijn aan duigen lieten vallen. Hij nam bun kleren in beslag [om daarmee de prijs van de wijn vergoed te krijgen]. Men ging Rav vertellen wat hij gedaan had. Die zei hem: geef ze bun kleren terug. Hij wierp tegen: Is zo de wet?! Hij antwoordde: ja, want er staat (Spr. 2,20): opdat je gaat in de weg van de goeden. Hij gaf hun hun kleren terug. Ze zeiden hem: We zijn arm en we hebben de hele dag gesloofd en we zijn hongerig en hebben niets. Daarop zei Rav tegen Rabba bar bar Chana: Ga en geef ze hun loon. Hij wierp tegen: Is zo de wet?!  Hij antwoordde: ja, want de tekst gaat aldus verder: En hoedt de wegen van de rechtvaardigen. (Bava Metsia 83a).

Aschkenasy licht toe: Rav besliste aldus, ook al is heel goed vol te houden dat de sjouwers door hun onvoorzichtigheid aansprakelijk waren en misschien niet langer recht hadden op loon. Het verhaal wil zeggen dat van ons meer gevraagd wordt dan we strikt volgens het recht verplicht zijn. De Talmoed duidt dat aan met de uitdrukking lifniem mesjoerat hadien, dat wil zeggen: dat we het strikte recht steeds moeten duiden naar de actuele situatie. Het komt erop neer dat ik tot meer verplicht ben dan de ander en dat de ander meer van mij mag vragen dan ik van hem. De Frans-Joodse filosoof Levinas noemt dit de asymmetrische verantwoordelijkheid. In de woorden van Deut. 6:17-18: opdat we 'doen wat goed en recht is in Zijn ogen'

Marcel Poorthuis haalt in het herdenkingsnummer van Tenachon rond Yehuda Asckenasy deze passage aan en redeneert hierop door: Er is iets bijzonders met dit beginsel van Lifnim misjoerat ha-din aan de hand. Geldt de wet voor allen, het beginsel van lifnim misjoerat ha-din kan niet worden afgedwongen, het spoort ieder individu persoonlijk aan om zijn verantwoording te nemen in iedere concrete situatie, om meer te doen of te laten dan waartoe hij juridisch of volgens de wet verplicht is. Deze rabbijnse ethiek houdt een correctie in op het idee, dat ik mag doen wat ik wil, zolang ik de ander niet schaadt. De ander is dan slechts een stoorzender van mijn vrijheid. Het gaat er dan om mijn medemens te zien als constitutief voor mijn vrijheid en niet als een bedreiging.

eigenschappen

Maimonides

Rabbi Mosjé ben Maimon (12e eeuw),  Maimonides, vat het gebod om heilig te zijn op als een oproep om de Eeuwige in zijn attribuut  van heiligheid na te volgen. God wordt gezien als de plaats (makom) waar volstrekte volkomenheid heerst in de eigenschappen van compassie, rechtvaardigheid, schoonheid etc. ‘Want ik, de Eeuwige, jullie God, ben heilig.’ .
Navolging van God betekent het cultiveren van deze eigenschappen in de richting van volmaaktheid en dus een dichter bij God komen.
Het werk aan eigenschappen is even belangrijk als en gaat eventueel vooraf aan de praktijk van de wetten en regels. Midot gaan voor mitswot.
In zijn geschriften gaat Maimonides als een dokter van de geest hier verder op in en schrijft zijn recepten uit voor de weg van het midden tussen de uitersten; alle eigenschappen hebben een exces en een tekort en het werk is om het juiste midden te vinden in alle karaktertrekken, die niet in balans zijn. “ Een mens zou aandacht moeten geven aan zijn meest onwenselijke trekken en moeten proberen die te genezen, zoals op de manier zoals ik dat heb uitgelegd. (...) Want iedereen heeft zijn tekortkomingen. (...) Het is hoogst onwaarschijnlijk, dat je iemand vindt die van nature alle deugden in zich heeft ontwikkeld”.
Waarna hij uitgebreid de tekortkomingen behandelt van zelfs profeten als Mosjé (woede), van Sjelomo (gulzigheid), David (wreedheid), Elija (fanatisme), Elisha (tijdelijk woede), Ja’akov (tijdelijk melancholie).  

Moessar

Maimonides heeft veel invloed gehad op de  Moessar,. een pad van persoonlijk-spirituele ontwikkeling. De praktische lijn van in balans brengen van eigenschappen van Maimoides hebben de Moessar leraren van latere tijd, met name die van de 19e eeuw en de vernieuwers van de twintigste eeuw als Alan Morinis voortgezet. De boodschap, zoals Alan Morinis die onder woorden brengt luidt ongeveer:
‘Weest heilig’, ‘kedoshim  tihejoe’ is op te vatten als een oproep om de vorming van je persoon in spirituele richting nummer één op je lijstje te zetten. Moessar leraren hebben getracht om vorm te geven aan zo’n proces van transformatie. Het pad, dat zij uit het joods gedachtegoed hebben gedestilleerd ligt niet op een bovenwerelds of esoterisch terrein, maar is binnenin te vinden, in ons innerlijk. Het pad naar heiligheid gaat door een gebied van boosheid en kalmte, gulheid en gierigheid, vertrouwen en zorgelijkheid, luiheid en enthousiasme en alle andere karaktereigenschappen binnenin ons.
We worden niet heilig door iemand anders te worden, dan wie we zijn, maar door het onderkennen en in de hand krijgen van de eigenschappen, die ons uitdagen in de werkelijkheid, waarin we leven. Lukt het om die innerlijke eigenschappen op te sporen en met elkaar in balans te brengen, dan ben je – in de geest van de Moessar – ‘shalem’, ‘heel’ in het Nederlands en merk dan op de verwantschap tussen de woorden ‘shalem’en ‘shalom’, vrede, en de Nederlandse woorden ‘heilig’ en het etymologisch verwante ‘heel’, en ook ‘helen’ en ‘heil’. Heilig zijn is verwant met heel zijn, geheeld zijn, in vrede zijn.

Heiligheid als heelwordingsproces

Dat brengt heiligheid in het midden van ons leven, als de oproep om een proces van heelwording aan te gaan.
Zoals Rabbijn David Cooper God als een werkwoord omschreef, een voortdurend actueel scheppingsproces, zo kunnen we heiligheid opvatten als een proces, waarin je bezig bent om zelf heel te worden, om wat in jou ooit is  gebroken is te helen en om al heelwordend aan heling van een gebroken wereld bij te dragen.

Dat zelf heel worden put uit de energie van het verlangen te genezen van de eigen innerlijke wond, die het leven – bij ieder mens op een unieke manier vaak in momenten van nood en wanhoop - heeft geslagen, soms merkbaar door traumatische gebeurtenissen, soms door voor begrip onnaspeurbare omstandigheden. Misschien is dat een onvermijdelijk aspect van de menselijke conditie.
Die wond kan ervaren worden als een besef of gevoel van tekortkoming, van leegte en onvervuldheid, of letterlijk als de pijn van een verwonding (trauma).
De wond, indien als zodanig gevoeld en herkend, geeft je tegelijk een te ontcijferen richting aan en zet je op de weg van een genezingsproces, waarin je transformeert naar de mogelijkheid als genezer van anderen op te treden en als bijdrager in het herstel van een wereld, waarin wij onze verwonding duizendvoudig weerspiegeld zien.
De Amerikaanse spiritueel leraar Paul Levy heeft het in dit verband over hoe wij allen ‘wounded healers’, gewonde genezers kunnen worden of zijn.

Even samenvatten

Wat in ieder geval duidelijk is, dat de Tora de oproep om heilig te zijn richt is tot het hele volk, kol adat bené Israel (Lev. 19:2),  in al zijn alledaagse activiteiten. De miswot van dat hoofdstuk 19 getuigen daarvan.
Het is niet de bedoelingen een paar heiligen te kweken, die in afzondering en ascetisme leven, zoals Gunther Plaut het uitdrukt. Het is een opdracht aan iedereen, toen en nu..

Wat ook duidelijk wordt uit de meningen van vele oude en nieuwe wijzen is, dat heiligheid in het Joodse denken altijd naast een ritueel bestanddeel een moreel handelen in het alledaagse leven inhoudt, voorbij aan de slaafse navolging van allerlei regels – of die nu van de Tora zijn, of dat het juridische regels betreft of regels van gewoonterecht of geaccepteerde omgangsregels – . Een appel om meer te doen dan wat vereist is. Een appel aan ieder individueel om in iedere unieke situatie het beste mogelijke unieke antwoord te geven, dat boven het eigen belang uitgaat en streeft naar het hoogste niveau.
Een weg om de afstand van het onvolmaakte in ons en om ons naar de volmaaktheid, die potentieel in ons en om ons aanwezig is, te verkleinen. Vromen zeggen: om dichter bij de Ene en Altijdzijnde te komen.

in Gods ogen.

Nog even een slag verder. Dat ‘in Gods ogen’ van ‘doe wat recht en goed is in Gods ogen’en het ‘want ik, de Eeuwige, jullie God, ben heilig’ na de oproep ‘Weest heilig’ wijst op een surplus boven het gewone ethisch niveau, of een proloog vóór het ethisch niveau..
Voor Rabbi Abraham Joshua Heschel (20ste eeuw), die tegen het door hem gesignaleerde emotioneel-religieuze verval ten strijde trekt,  is God alles bepalend in het leven, een alles overstijgende levende aanwezigheid (of verborgenheid) voor wie hem zoekt en gewaar is, maar tevens zoekt God ook de mens. In zekere zin is iedere daad van iemand, voor wie God ertoe doet, een daad voor Gods aangezicht en een heilige daad.

Voor wie het woord God niets meer betekent wekken daden van goedheid en rechtvaardigheid vaak wel diepe ontroering en een besef van grootsheid en verhevenheid.
Al is voor sommigen God (nog steeds) dood, niet dood is naar mijn idee allerminst het verlangen naar een overstijgend perspectief, naar een ervaring of besef van het sublieme, het zowel diepgaande als verhevene, dat tegelijk een richting wijst uit het ego vandaan naar een perspectief, dat oneindig wijder strekt dan alleen het eigen kleine belang.
Afgelopen zaterdagavond zag ik nog een aangrijpende verbeelding daarvan in de voorstelling ‘Etty’ van Margreet Blanken op basis van het dagboek van Etty Hillesum.

In dat licht kunnen de overgeleverde rituelen en rituele voorschriften nog steeds vormen bieden om dat overstijgende perspectief – voor wie wil ‘God’ - te helpen wekken en een anker betekenen je om dat uitzicht weer te binnen te brengen . Tegelijk betekent het samen door de eredienst gaan ook een stimulerende sociale bedding voor een doorbreking van de profane alledaagsheid. Wij als liberalen hebben een grote vrijheid om tot op bepaalde hoogte te kiezen welke rituele zaken daarvoor nog een levende betekenis hebben.

Is heiligheid ooit te bereiken voor een (Joods)  mens? Zoals gezegd zie ik het als een proces met een richting. We kennen daarvoor geen diploma, eventueel post mortem toe te kennen, zoals de Rooms-Katholieke Kerk dat doet. Mogelijk, dat een enkeling  door de publieke opinie als tzadiek wordt betiteld. In principe kan iedereen door heiligheid geraakt worden.

We kennen slecht het proces, het streven., het eindpunt ligt voorbij de horizon
De Talmoedische rabbi Rabbi Tarfon zei: “De dag is kort en het werk is veel en de werklieden zijn lui, maar het loon is groot en de heer des huizes dringt aan”
En hij zei ook: “het is niet jouw taak om het werk te voltooien, maar je hebt ook niet de vrijheid om er van af te zien”.
Misschien is de grootste omschrijving, die wij aan een leven kunnen geven: hij of zij was ‘een mensch’.

Dit is niet het einde, dit is het begin.                             14 Mei/ 6 Siwan 2013/5773

geraadpleegd:
De Pentateuch  met commentaar van Rashie, vertaald door Opperrabbijn A.S. Onderwijzer
The Torah, A Modern Commentary, ed. W.Gunther Plaut, Union for Reform Judaism, New York, parshat Kedoshim, essay ‘the life of Holiness’
Een Toracommentaar voor deze tijd, Harvey J. Fields, Stichting Sja’ar , Amsterdam, deel II, Sjemot [Exodus] en Wajikra[Leviticus], Sidra Kedosjim
Abraham Joshua Heschel, God zoekt de mens, Uitgeverij Abraxas, Amsterdam, 2005, passim
Rabbijn prof. Y. Aschkenasy: Herorientatie van de theologie, een doorgaand leerproces, openbaar afscheidscollege, 1989
prof. Marcel Poorthuis: Binnen de maat van het recht, in: Tenachon, augustus 2012
Nechama Leibowitz, Studies in Devarim, p. 57 e.v., WZO, 1980
De twee casus, Rav Safra en mr. Beer zijn uit http://www.myjewishlearning.com/practices/Ethics/Business_Ethics/In_Practice/Ethical_Practices_at_Work.shtml
Mozes Maimonides, Twee ethische tractaten, Meinema, Zoetermeer
Maimonides, Shemoneh Perakim, in Pirkei Avot, met commentaar van Maimonides, Moznaim Publiching Corporation, New York/Jerusalem
R. Mayer Twersky, http://www.torahweb.org/torah/2002/parsha/rtwe_kedoshim.html, die ook wijst op de Verbondsaspecten en het aspect van eeuwigheid t.o.v. het materiele, illusoire en vergankelijke, e.e.a. op gezag van R. Ovadiah Sforno.
de ‘wounded healer’ : http://www.awakeninthedream.com/wordpress/the-wounded-healer-part-1/

Nieuws

De LJG Gelderland organiseert al jaren lessen voor de kinderen en feesten met speciale activiteiten voor de kinderen. Over het onderwijs aan de kinderen lees meer op deze pagina. Zie de recente foto's van Poeriem 2017 onder Blik terug Lees meer >>
Naar aanleiding van de spraakmakende tentoonstelling ‘Christendom en antisemitisme’ heeft Museum Sjoel Elburg een aantal sprekers uitgenodigd om over de complexe dynamiek tussen christendom en antisemitisme te spreken. Lees meer >>

december

  • <  
  •   >
z m d w d v z
 
 
 
 
 
1
 
2
 
3
 
4
 
5
 
6
 
7
 
8
 
9
 
10
 
11
 
12
 
13
 
14
 
15
 
16
 
17
 
18
 
19
 
20
 
21
 
22
 
23
 
24
 
25
 
26
 
27
 
28
 
29
 
30
 
31
 
 
 
 
 
 
 

tree1

tree2