Liberaal Joodse Gemeente Gelderland, progressief en gastvrij.

11 december 2017 | 23 Kislev 5778

Aan de seidertafel

Aan de seidertafel

Aan de seidertafel

Aan de seidertafel: Magied

Het bevrijdingsproces kan starten als we ons bewust worden in hoeverre we slaaf zijn geworden.  Daarom moeten we steeds het verhaal van de Uittocht uit Egypte, de Jetziat Mitsrajim, aan elkaar vertellen. Het is een geschiedenisverhaal, maar we kunnen het daarnaast vertellen als een allegorie van onze weg door het leven. Zoals het in de Hagada staat onder de titel Magied (1) is het een citaat uit Deuteronomium 26 (woorden die de aanbieder van de eerstelingen van de oogst uitspreekt tegenover de priester), aangevuld met aanhalingen uit voornamelijk Exodus.

Mijn vader was een zwervende Arameeër. Hij trok naar Egypte en woonde daar als vreemdeling met een handvol mensen, maar ze groeiden uit tot een zeer groot en machtig volk.
Het verhaal begint met een geboorte. De geboorte van een volk, het volk Israël, dat zoekend naar overleving van hongersnood landt in de echte maatschappelijke politieke wereld van het Midden-Oosten van toen, in Egypte. De 70 mensen rond Jacob groeien voorspoedig uit tot een heel volk, een politiek belangrijke minderheid in dat land. Minderheden zijnkwetsbaar, bedreigend voor de meerderheid. Vatbaar om als zondebok te dienen.
Daarnaast zou je het verhaal kunnen zien als de allegorie van de geboorte van onze ziel in deze wereld, de incarnatie van onze essentie in de materiële wereld. Aanvankelijk is de ziel nog onbesmet en schoon. Ezechiël vergelijkt in zijn profetie Jeruzalem en daarmee het Joodse volk met een baby, een meisje, waarover God zich ontfermt en dat opgroeit tot een mooie vrouw, aanvankelijk nog helemaal naakt.

Maar de Egyptenaren begonnen ons slecht te behandelen.
Na een aanvankelijk voorspoedig uitgroeien en opgroeien begint de onderdrukking en steeds meer neemt siw toe. De sociale en politieke werkelijkheid – de materiele wereld - dringt zich steeds onvermijdelijker op met zijn eisen, druk, ontberingen en verleidingen. Steeds meer wordt het volk Israël – en allegorisch gezien onze essentie, onze ziel – in een nauwer fysiek en psychisch keurslijf gedwongen. Een scenario, dat steeds weer herhaald zal worden in de geschiedenis. De Joden als archetypische vreemdeling, als bedreigende minderheid.
In de allegoerie: identificatie met de ons omringende wereld, het systeem van eisen, verwachtingen is eigenlijk onvermijdelijk,  Het is een in de weg van de ziel door de wereld van de noodzaak, het lot, de macht, het geld, de seksuele afleidingen, (de afgoden in het bijbelverhaal).

Toen klaagden we onze nood bij de Eeuwige, de God van onze voorouders.
Het kan er dan toe komen, dat – vaak onderhuids – de benauwenis ondraaglijk wordt, de pijn doorbreekt - ‘de kinderen van Israël schreeuwden het uit en hun hulpgeroep steeg op tot G-d' (Ex. 2-23). Na lange tijd was dit wellicht het eerste werkelijke gebed om hulp van de grotendeels aan de Egyptische afgoden gewend geraakte en geassimileerde Israëlieten. 
Helemaal vergeten en ontkennen van wie je in essentie bent is op den duur onmogelijk. Uiteindelijk is daar, op die plek de kern van ons levensbeginsel. We worden genoodzaakt onder ogen te zien, dat we gevangen zitten en dat we een uitweg willen zoeken.

En de Eeuwige bevrijdde ons uit Egypte.
Die hulp komt door bemiddeling van Mozes. Hij realiseert zich dat hij niet thuis hoort bij de Farao en zijn staf, maar bij de onderdrukten, en hij besluit te kiezen voor hun bevrijding en de verlossing. In de Hagada wordt hij niet genoemd, om alle eer aan de Eeuwige te schenken, die Mozes als zijn spreekbuis heeft gekozen.
Allegorisch gezien is Mozes de innerlijke gids, die als krachtig brandpunt zich in ons openbaart en diep in ons weet wat het beste is om te doen:op weg gaan naar bevrijding uit onze oude beperkende gedachten en gedragspatronen. Als we open staan voor die stem - vaak hoor je hem nauwelijks, je moet je afstemmen om er contact mee te krijgen - dan krijg je idee over de weg die te gaan is.
Soms zijn verliezen, ziekten, kortom: de plagen, in het hebreeuws (de
makot) nodig om het ego (‘Farao') te brengen tot erkenning, dat niet hij maar G-d is te dienen. Dan pas komt Farao ofwel het ego ertoe om ons diepste verlangen vrij te laten, het verlangen om op weg te gaan naar wie we in wezen zijn.
Dan ligt de leegte van de woestijn open. De problemen zijn nog niet voorbij, maar het zijn onze eigen authentieke problemen. De zekerheid van de slavernij hebben we niet meer en iedere dag moeten we opnieuw vertrouwen schenken. 

(1) Zie o.a. de zogenoemde  Brede Hagada ' van het Verbond voor Progressief Jodendom onder 8 e.v.

RC 2017

 

 

Nieuws

De LJG Gelderland organiseert al jaren lessen voor de kinderen en feesten met speciale activiteiten voor de kinderen. Over het onderwijs aan de kinderen lees meer op deze pagina. Zie de recente foto's van Poeriem 2017 onder Blik terug Lees meer >>
Naar aanleiding van de spraakmakende tentoonstelling ‘Christendom en antisemitisme’ heeft Museum Sjoel Elburg een aantal sprekers uitgenodigd om over de complexe dynamiek tussen christendom en antisemitisme te spreken. Lees meer >>

december

  • <  
  •   >
z m d w d v z
 
 
 
 
 
1
 
2
 
3
 
4
 
5
 
6
 
7
 
8
 
9
 
10
 
11
 
12
 
13
 
14
 
15
 
16
 
17
 
18
 
19
 
20
 
21
 
22
 
23
 
24
 
25
 
26
 
27
 
28
 
29
 
30
 
31
 
 
 
 
 
 
 

tree1

tree2